- Redactie Radio Centraal - https://redactie.radiocentraal.be/Home -

Gilbert Eggermont over Doel 3 en Fleurus

“Het probleem bij Best Medical in Fleurus toont aan dat de beleidsmakers nog altijd onvoldoende  oog hebben voor duurzaamheid”, aldus Professor  Gilbert Eggermont. “Alle kosten moeten in rekening gebracht worden.”

Wat betreft Doel 3 klopt volgens hem de berichtgeving in De Morgen niet. Die stelde dat het huidig probleem gelieerd is aan de microscheurtjes die in 1979 al vastgesteld werden. Volgens Gilbert Eggermont is de aanwezigheid van microdefecten/ scheurtjes niet abnormaal. Nu gaat het echter mogelijks over belangrijke fouten in het materiaal die nu pas vastgesteld zijn dankzij nieuwe technologie.

Het incident toont voor hem wel opnieuw de noodzaak aan van regulering op Europees niveau. De parallelen met de banksector  zijn duidelijk. Verder is het huidig systeem van zelfregulering door de exploitanten onvoldoende. “Zelfevaluatie volstaat niet. Er moet kritische tegenexpertise georganiseerd worden op een efficiënte manier. Dat is de uitdaging voor de overheid.

Link: Uitgebreid gesprek met Professor Eggermont vorig jaar over nucleaire veiligheid naar aanleiding van Foekoesjima:  HIER


RC: Wat is daar in Fleurus eigenlijk aan de hand?

Gilbert Eggermont: Fleurus is een vrij pijnlijke zaak die de zwakheden in het afvalbeleid blootlegt. Het is de tweede keer op vrij korte termijn dat dit gebeurt in België. De eerste keer was de fosfaatfabriek van Rhodia Chemie in de Gentse kanaalzone waar de overheid ook moest opdraaien voor de afvalpassiva die niet voorzien waren bij een faillissement. We hebben hier eenzelfde geval. In de kanaalzone ging het toen over een 100-jaar oud bedrijf, dit bedrijf nu is 40 jaar oud. Het was eerst van het SCK, dan in ’71 ging het naar het IRE, een instelling van openbaar nut. Dan werd het –na financiële moeilijkheden- gedeeltelijk overgenomen door Nordion uit Canada , één van de grootste bedrijven in de sector voor de productie van vooral medische isotopen. Nordion heeft de vestiging in Fleurus een paar jaar geleden verkocht aan een Amerikaanse groep geleid door een Indische manager. Toen zijn de problemen pas duidelijk aan de oppervlakte gekomen. Paris-Match schets dit zeer goed in haar dossier vorige week.

Het is een typisch conflict van bevoegdheden, over competentie over industrieel beleid. Het Waals gewest heeft een deel overgenomen, en het Vlaams had de verantwoordelijkheid overgenomen over Rhodia chemie. Maar als we over het nucleaire spreken, over vergunningen en afvalbeheer, zitten we met een Federale bevoegdheid. Anderzijds zitten we met een zwak Europa dat op gebied van afvalbeheer veel te weinig opgelegt, veel te weinig reguleert en niet de aanleg van fondsen oplegt in geval van faillissementen. We hebben hier dus typisch probleem dat het gevolg is van een globaliserende industrie zonder globale regulering, het komt telkens op hetzelfde neer. Kijk maar naar wat in de financiële wereld gebeurt is.

RC: Maar hoe kan het dat er daar een afvalberg lag? Werd dat dan niet gecontroleerd?

Gilbert Eggermont:Er werd uiteraard gecontroleerd. Na het Mol-schandaal van de jaren ’80 hebben we opgelegd dat er geld moest aan de kant gezet worden voor afvalverwerking en ontmanteling, want die kosten komen altijd decennia later. Ook het principe dat de vervuiler betaalt werd ingevoerd. Maar er zijn regionale deals gesloten. De kempen kregen bijvoorbeeld veel geld voor het betalen van kosten uit het verleden, en zo kreeg de streek van Fleurus ook geld. Toen werd het bedrijf opgesplitst en nu blijkt dat een belangrijk deel van de middelen die aangelegd waren voor de sanering verdwenen zijn bij het failissement en de overname door het buitenland. Het probleem dat zich dus stelt is dat de middelen er niet zijn voor de kosten die moeten gemaakt worden.

Eén van de structurele oorzaken van de problemen is dat exploitanten bij ons nog altijd afval mogen opstapelen. Ik heb destijds na Mol voorgesteld om maximaal 10 jaar afvalopslag toe te laten, dat daarna dan zou moeten afgevoerd worden naar NIRAS. Maar dat is niet opgenomen in ons wettelijk kader. Kernafval uit reactoren, en daarover gaat het ook in het geval van Fleurus, kan mogelijks later gedeeltelijk gerecupereerd worden en wordt daarom gestockeerd. Dus die producten worden niet systematisch afgevoerd omdat men hoopt er later nog gebruik van te kunnen maken. Een expoitant moet in België verklaren dat zijn afval effectief afval is, pas dan kan het NIRAS in gang schieten en kan een industrieel er nog verdere activiteiten mee ontwikkelen. Dat is een probleem dat wettelijk zou moeten aangepakt worden.

RC: Zijn er dan geen inspecties? Men heeft het in het kader van Iran constant over inspecties van nucleaire activiteiten. Kunnen inspecteurs niet vaststellen dat opgestapeld materiaal wel degelijk afval is?

Gilbert Eggermont:Dat is op zich toegelaten. Men volgt de productie op en men legt condities op. Maar de verplichting dat afval moet afgevoerd worden na 10 jaar is niet wettelijk vastgelegd. De nucleaire problematiek is te complex voor de politiek in crisis vandaag om onder controle te houden.

NIRAS en FANC zijn er fel op vooruit gegaan sinds het afvalschandaal van 20 jaar geleden maar de coőrdinatie tussen beiden is nog niet optimaal. Ze ondergaan ook nog de beïnvloeding van de politiek, de manouvreerruimte is nog niet 100%. Zeker in Wallonië heeft het tewerkstellingsargument in de streek van Charleroi, misschien terecht tot op een zeker niveau, gespeeld. Maar we moeten toch denken aan de duurzaamheid. De kosten op lange termijn moeten geïntegreerd worden, geïnternaliseerd worden. Dat is een principe dat werkelijk zou moeten afgedwongen worden. Daar schiet het tekort. Noch NIRAS, noch FANC hebben een duurzaamheidsopdracht van de wetgever gekregen. Een wetgever die nogtans graag over duurzaamheid spreekt. Duurzaamheid is in de mode, maar als het in de praktijk brengen blijkt iets moeilijker.

RC: Wat is Uw analyse van wat er aan de hand is in Doel 3? De scheurtjes, duizenden scheurtjes? En wat met de stelling dat die al in 1979 zouden aangetroffen zijn en dat de daar toen geen rekening mee zou gehouden zijn?

Gilbert Eggermont: Een stalen reactordrukvat is een gigantisch constructie: 20 centimeter dik, dertien meter hoog en vijf meter breed. Dat is gegoten, bewerkt, er zit een inox bekleding op van acht milimeter omdat de binnenkant in contact is met het koelwater. Daar zijn altijd kleine onnauwkeurigheden aanwezig, noem het defectjes. Dat is gekend en dat wordt goed in de gaten gehouden. Men wist al in 1979 dat er juist onder de inox coating kleine fouten zaten. Maar men heeft die overal, en recent is er opnieuw op gewezen dat dat moet opgevolgd worden. Men meet die fouten, men heeft dat toen gemeten, men volgt dat op bij de jaarlijkse controles en zeker bij de tienjaarlijkse herziening en dit is ook nu gebeurt. Het probleem nu gaat over ander zaken, daar volg ik De Morgen niet in hun analyse van een week geleden (die het over de defecten die in 1979 vastgesteld waren had, nvdr). Wat we nu hebben is een probleem met de onderkant van het reuze drukvat. Met geëvolueerde ultrasoon technologie kan men de wand langs de binnenkant van het reactorvat testen. 30 jaar geleden bestond die technologie niet. Men heeft nu met die nieuwe technologie vastgesteld dat er vrij belangrijke metaaldefecten aanwezig zijn , mogelijks al van bij de productie door het Hollands bedrijf. Men wil de impact daarvan nu eerst grondig bestuderen. Eerst moeten die initiële bevindingen gevalideerd worden. Verder gaat men via modelberekeningen nagaan of die eventuele defecten tot een reactorbreuk zouden kunnen leiden. Kleine dingetjes doen dat niet. Er bestaan modellen om het risico op een breuk te berekenen, en die moeten nu aan die nieuwe bevindingen aangepast worden. De komende maanden moeten die modellen uitwijzen of de vastgestelde anomaliën inderdaad rikant zijn, en een stop van de exploitatie noodzakelijk maken.

Ik sta achter de beslissing van de directie van het FANC: verder bestuderen, meten, grondig bekijken, informatie uitwisslen over de andere reactoren die misschien hetzelfde probleem hebben.

RC: Er leek een tegenstelling tussen de reactie hier en in het buitenland. Hier werd Doel 3 stilgelegd, terwijl in het buitenland gelaten greageerd werd. Althans, dat was hoe het hier gebracht werd.

Gilbert Eggermont: De Zweden beslisten ook om de meer te gaan meten.

RC: Bedoelt u dan dat wij hier meer geavanceerde meettechnologieën gebruiken dan in het buitenland?

Gilbert Eggermont:Neen. De meettechnologie die we hier gebruiken is die van Intercontrol, een filiaal van het Franse Areva. Die heeft een samenwerkingscontract met Belgische groepen zoals Borelec en Vinsçotte. Zij staan aan de top, ook op mondiaal vlak, dat is ultrasone technologie die gebruik maakt van robotica. Die techieken en machines worden gebruikt op de verschillende centrales.

De vraag is alleen of het noodzakelijk was om op die manier te communiceren. Kwatongen zeggen dat er een band is met de geplande stop van Doel 1 en 2. Ik heb daar momenteel geen aanwijzingen voor. Ik ben nog lid van de wetenschappelijke raad van de FANC die bindend advies geeft aan het FANC en aan de minister. Ik heb de bijeenroeping gevraagd van de raad. Dat is voorzien voor 14 september. Ik hoop dan uitklaringen te krijgen en als de vergunning van Doel moet gewijzigd worden, dan zal dat via het advies van die raad aan de bevoegde minister en de koning gebeuren.

RC: U stelde in een opiniestuk dat ook kernenergie meer nood heeft aan Europa. Waarom is er in verband met Doel 3 meer nood aan Europa?

Gilbert Eggermont: Het zijn allemaal problemen van internationale aard. Zowel in de productie, als in de controle als in de vaststelling. Maar we zijn niet Europees georganiseerd op het niveau van vergunning en controle, er is zelfs geen Europese organisatie voor nucleaire veiligheid. Er bestaat een instantie voor stralingsbescherming, die goed werkt, bijvoorbeeld in de medische sector. Maar voor nucleaire veiligheid hebben we 27 FANCs (nationale regulatoren, nvdr), in een netwerk verenigd, die samen gaan zitten. Ze zijn het soms niet akkoord met elkander en soms wel. Europa sponsort wat en observeert.

Dit is geen gezonde situatie. We hebben juist hetzelfde gezien in de financiële sector. We hebben een sterke autoriteit nodig op Europees vlak, ook op vlak van nucleaire veiligheid. Europa stimuleert wel research en technoligie in de nucleaire sector, maar voor de regulering worden de kleintjes aan zichzelf overgelaten. Dit was mijn standpunt, en mijn meningsverschil met mijnheer De Roovere (tot vorige week hoofd FANC, nvdr). Ik vond dat we als Belgen ons beter zouden moeten organiseren en dat we veel sterker zouden zijn moesten we kunnen terugvallen op een Europese bevoegde nucleaire instantie.

RC: U hebt het over geharmonisrede regels. Maar als de lokale regels goed genoeg zijn, waarom is dit dan niet voldoende?

Gilbert Eggermont: Het is onvoldoende in een geglobaliseerde wereld. Die toestellen en drukvaten worden op verschillend plaatsen geproduceerd. Deels in Nederland, deels in Frankrijk, deels hier, de meettechniek komt uit Frankrijk of de metingen worden interantionaal gevalideerd, de codes zijn Amerikaans …

De technologie is aan het globaliseren, maar wat we niet hebben is een regulering van de technologie op Europees vlak.

RC: U hebt het verder ook nog over de zelfevaluatie door exploitanten.

Gilbert Eggermont:De exploitanten hebben de beste technische know-how, en ze doen hun werk ernstig. Ik heb daar geen probleem mee. Ik heb de stresstest ook gezien, die is grondig gebeurd. Maar men had de scope van de stresstest ruimer moeten nemen.

De “off site emergency” bijvoorbeeld was voor mij een punt van kritiek: men heeft alleen de robuustheid van de centrales bestudeerd en bepaald hoe die moet verbeterd worden. Zo werd er voor zowel Doel als Tihange 500 miljoen € aan investeringen vooropgesteld. Maar het geval waarbij het toch echt zou mislopen moet beter voorbereid worden, en de problemen met Doel 3 tonen dit aan. Deze “off site emergency”, dus de planning buiten de site zelf in geval van noodsituaties is nog niet opnieuw bekeken na Foekoesjima. De zelfevaluatie door de elektricitietssector volstaat voor mij niet. Er zou een veel indringender evaluatie door experten die onafhankelijk zijn van de exploitanten moeten kunnen gebeuren. Ook in de financiële sector gebeurde er zelfevaluatie. Ik kan daar mee leven, maar niet met dat alleen. Zelfevaluatie volstaat niet. Er moet kritische tegenexpertise georganiseerd worden op een efficiënte manier. Dat is de uitdaging voor de overheid.