Redactie Radio Centraal Rotating Header Image

Prof.Aviel Verbruggen (UA / IPCC) over hernieuwbare energie en energiebeleid

Share

Professor Aviel Verbruggen (ua) werkte mee aan het speciaal “SRREN” rapport van het  IPCC over hernieuwbare energie. Voor ons een goede reden om hem uit te nodigen op het klimaataktiekamp.

In Deel 1 bespreken we de conclusies van het rapport dat het vooral heeft over het potentieel van groene energie op globaal niveau; en verder de praktische haalbaarheid van hernieuwbare energiebronnen en de rol van koolstofopslag.
Deel 2 gaat vooral over het Vlaams en Belgisch beleid terzake.

” In de samenleving heb je machtsgroepen. Momenteel zijn dat vooral zij die het oud model hebben gebouwd en er hun macht uithalen. Je kunt ze niet verslaan, maar je kunt ze wel irrelevant maken. ”
“We moeten keuzes maken en met het 4e generate MYRRHA-project maken we een verkeerde en zeer dure keuze. We zouden beter het Duits voorbeeld volgen.”  

SRREN-Links:  webpagina SRREN rapport, kopie samenvatting SRREN rappport, kopie volledig rapport (28Megabytes!) 


Deel 1
AV: “Ik geef les aan de Universiteit Antwerpen en doe daar onderzoek vooral op gebied van energie en milieu en dat al sedert de jaren ’70 en in het bijzonder rond decentrale energieopwekking. Dat was toen vooral warmtekrachtkoppeling, met andere woorden terzelfdertijd elektriciteit en warmte produceren zodanig dat de warmte die vrijkomt bij de elektriciteitsproductie niet verloren gaat. Dan ben ik al in confrontatie gekomen met de centrale visie op elektriciteitsvoorziening, zijnde nucleair en de grote fossiele centrales, die geen plaats wilden geven aan alternatieve oplossingen zoals warmtekracht koppeling en hernieuwbare energie.”

RC: Wat verstaat men onder centrale en decentrale energieproductie?
AV:
”Als men over centrale energieproductie spreekt dan betekent dat, op Belgisch niveau, dat men op 20 tot 30 plaatsen stroom produceert die dan verspreidt wordt. Klanten zijn louter consumenten. Bij decentrale productie zijn er honderdduizenden tot miljoenen opwekkingsbronnen over het land verspreid die zelf elektriciteit produceren, soms teveel, soms te weinig. Ze staan in een netwerk met elkaar om de aan de totale voorbehoefte te voldoen.”

RC: We nodigden u uit naar aanleiding van de publicatie door het IPCC van het SRREN over hernieuwbare energie. U ben daar “lead author” van. Wat was uw bijdrage aan dat rapport?
AV:
“Ik heb tamelijk hard aan dat rapport gewerkt. Het moet onderstreept worden dat iedereen daaraan bijdraagt op vrijwillige basis. Ik heb vooral werk geleverd in “cross section issues”. Dat gaat dan over belangrijke ondersteunende aspecten, zoals bijvoorbeeld de berekening van de kosten van hernieuwbare energie en de vergelijking met andere opties. Als je het volledig rapport doorneemt dan kom je mijn naam tegen op 7 plaatsen: de samenvatting, de technische samenvatting in hoofdstukken 1 en 11 en in drie technische bijlagen.”

RC: IPCC ondervoorzitter Professor Jean-Pascal van Ypersele vertelde ons dat het rapport stelt dat in 2050 hernieuwbare energie tussen de 15 en 77% van de globale energievraag zal dekken. Maar nu leveren hernieuwbare bronnen volgens het rapport al bijna 13% van de energiebehoefte. De conclusie gaat dus van een bijna status-quo tot een enorme toename van de hernieuwbare en is dus niet echt duidelijk.
AV:
“Voor mij is de belangrijkste conclusie van het rapport dat hernieuwbare energie qua technische potentieel vele keren de behoefte van de wereld dekt. De volgende conclusie die daaraan verbonden is, is dat er een totaal ander beleid nodig is om dat potentieel te halen en om zelfs verder te gaan dan de 77%. Een voorwaarde tot succes op gebied van hernieuwbare energie is dat een andere visie ontwikkeld zou worden, dat je de belemmeringen voor de ontwikkelingen moet tegenhouden, dat de investeringen anders moeten zijn, dat de energieontwikkeling anders moet zijn. Als dat verandert kan je die hoge percentages aan hernieuwbare energie realiseren. Er is dus geen technisch probleem, maar er moeten beleidskeuzes gemaakt worden.“

RC: Het SSREN is een globale studie, dus wat is het probleem op globaal niveau? Zit het beleid ook globaal verkeerd?
AV:
“Natuurlijk zit het ook globaal verkeerd. Ons westers model is verkeerd.”

RC: Maar het is niet alleen het Westen. Het vooral in China waar de energievraag momenteel aan het stijgen is.
AV:
”Ik bedoel het Model, waar het wordt toegepast sedert de globalisering. De manier van aanpak, van industrialisering. Onze definitie van Welvaart en Ontwikkeling noemen we het Westers model omdat het vooral de VSA en Europa zijn die het hebben gecreëerd en dan hebben geëxporteerd naar de rest van de wereld. In dat model is er een enorme materiële welvaartsgroei in een wegwerpmaatschappij, waarbij enorm veel goederen gemaakt, maar ook weggegooid, worden. Grote spilzucht dus met materialen. En dat wordt dan allemaal gedragen door een ongebreideld gebruik van fossiele brandstoffen, namelijk kolen, olie en gas. We moeten die brandstoffen blijven vinden en gebruiken om die welvaart te realiseren. Je moet weten dat ook vandaag nog 86% van alle energie komt uit fossiele brandstoffen. Slechts 2% van de gebruikte energie is trouwens nucleaire stroom. “

RC: U hebt het over het Westers model. Maar het Socialistisch model zoals het destijds in Oost-Europa bestond stuikte 20 jaar geleden ineen en sedertdien zijn de CO2 emissies in Oost Europa sterk gedaald. Dus dat niet-Westers model was nog meer vervuilend en terzelfdertijd minder efficiënt.
AV:
“Uiteindelijk hadden zowel het communistisch Rusland als het kapitalistisch West Europa dezelfde doelstellingen en dezelfde affiniteit met materiële welvaartgroei en ongelimiteerde exploitatie van de natuur. De tegenstelling is nu trouwens irrelevant geworden.“

RC: Dus het goede model bestaat momenteel niet?
AV:
“Het goede model bestaat niet echt, maar je begint plaatselijke initiatieven te zien die het totaal anders doen. Er zijn in Duitsland steden die volledig in hun eigen energievoorziening willen voldoen met eigen middelen. Ik beweer niet dat dit zomaar kopieerbaar is over de ganse wereld. Het vliegtuig dat de inwoners van die gemeentes nemen is waarschijnlijk niet in hun gemeente geproduceerd. Maar de beweging die ontstaat vanuit de basis is de meest beloftevolle ontwikkeling die aan de gang is. Namelijk dat mensen terug de verantwoordelijkheid kunnen op zich nemen en inderdaad oplossingen kunnen realiseren. Dat zijn nog niet de perfecte oplossingen, maar ze gaan wel in de juiste richting. Er is geen enkel land in de wereld waarvan je kunt zeggen dat het juiste model heeft. We zien ontwikkelingen in Duitsland, toch het meest ontwikkeld, geïndustrialiseerd en rijkste land van Europa. Het beseft dat de afhankelijkheid van atoomenergie en fossiele brandstoffen geen lange termijn toekomstperspectief biedt, en gooit zich nu op hernieuwbare energie en energie-efficiënte. Duitsland staat al veel verder dan België, met als gevolg dat ze de technologie ontwikkelen en die ook kunnen exporteren. Ze staan al veel verder in de omslag van het oude naar het nieuwe systeem.”

“ Het hoofdprobleem is de klimaatverandering. Dat zeg ik niet alleen, dat staat bijvoorbeeld ook in het UNDP rapport van 2007/2008. En Duistland is daar nu iets tegen aan het doen op een commerciële, industriële, technologische wijze. En volgens mij is dat een groot deel van de oplossing. ”

RC: Geeft het rapport concrete aanbevelingen? Dat ligt waarschijnlijk wat moeilijker omdat dat toch een stuk politiek is.
AV:
“IPCC mag geen beleidsaanbevelingen geven.”

RC: Maar kan je die lijn tussen politiek en niet-politiek wel trekken? In het 4e klimaatrapport werd er enerzijds gesteld dat de temperatuursstijging moest beperkt blijven tot 2 graden Celsius, en anderzijds dat om die 2 graden Celsius niet te overschrijden, de concentratie van CO2 in de atmosfeer niet boven 350 of 450ppm mag stijgen. De twee gecombineerd zijn eigenlijk een politiek advies (tot uitstap uit de fossiele brandstoffen).
AV:
“Dat is nog altijd geen echt beleidsvoorschrift , maar een wetenschappelijke bevinding. En als je dat niet zegt, dan bedrieg je de wereld. Een beleidsaanbeveling zou zijn moest men precies zeggen hoe men die vermindering van CO2 uistoot moet halen. Door gebruik van kernenergie, of hernieuwbare, of CO2 opslag. Maar dat ga je niet in het rapport vinden. Het IPCC zal niet zeggen dat je volledig moet overstappen op hernieuwbare energie. Het nucleaire staat ook in het lijstje van lage-koolstof oplossingen. De keuze laten we over aan de beleidsmakers.”

RC: Het IPCC doet zelf geen wetenschappelijk onderzoek, maar bundelt de wetenschappelijke kennis. Er zijn voor de studie over hernieuwbare energie een 160 tal scenario’s bekeken waarbij men keek naar de hoeveelheid hernieuwbare als functie de CO2 concentratie in de atmosfeer (zie pagina van de 19 van de samenvatting HIER). Was dat het belangrijkste onderdeel van het rapport?
AV:
“Dat was één van de hoofdstukken, waarbij alle beschikbare beleidsstudies die beschikbaar zijn vergeleken zijn en waaruit dan die brede waaier van conclusies kwam (het feit dat in 2050 het % hernieuwbare tussen de 15 en 77% zal liggen, nvdr). Dat is niet beleidsvoorschrijvend, maar gewoon een samenvatting van wat bestudeerd is.”

RC: Wat zal die groene energie kosten? Een rapport door de European Climate Foundation (zie HIER) stelde dat hoge percentages hernieuwbare energie (voor stroomopwekking) haalbaar zijn tegen bijna dezelfde kost op lange termijn, maar stelde ook dat op kortere termijn grotere investeringen nodig zijn, bijvoorbeeld in elektriciteitsnetwerken. En is daar momenteel wel geld voor? Men spreekt over duizenden miljarden die nodig zijn om de omschakeling wereldwijd te doen.
AV:
“ Er is altijd geld, maar het gaat vooral over een keuze voor echte duurzame energie-oplossing die het klimaat niet in gevaar brengt. Het gebruik van fossiel brandstoffen, die we goedkoop noemen, is eigenlijk een dure oplossing. Want als we die fossiele blijven gebruiken en het klimaat gaat om zeep, dan is het leven op aarde voor de mensen voorbij. Die kosten zijn onnoemelijk groot. De aarde heeft koorts, die koorts is nu 0,7 graden, maar als we zo verder doen, dan zal die koorts vlug 2 graden bereiken. En als we niet dringend actie ondernemen, dan zal de koorts zelfs oplopen tot 3,5 of 4,5 graden. Dat is letaal, daar ga je als mens van dood, maar ook als planeet die leefbaar moet zijn voor de mens. Bepaalde slakken, bijvoorbeeld, zullen trouwens waarschijnlijk wel overleven.”

“We doen dus niet de juiste kostencalculatie. We moeten dus kiezen. En die keuze moeten we nu maken en ze moet vrij radicaal zijn. Iedere investering in kolen of nucleair is verloren geld, want het is geld dat niet gaat opbrengen en dat we veel sneller dan we denken zullen moeten afschrijven. Als we nu een kolencentrale bouwen, dan bouwen we die voor 40 of 60 jaar. Wel, binnen 40 jaar is het 2050 en moeten we uit de CO2 gestapt zijn. Dus wat je daar nu in investeert is verloren geld.”

“Het is ook niet zo dat we niet vóór 2050 CO2-emissie vrij mogen zijn, in 2030 zelfs als het enigzins zou kunnen. Dat zou veel gezonder zijn voor het klimaat en voor ons leven op aarde. We moeten technologisch snel kiezen. Als die keuzes gemaakt worden dan wil ik over 5 jaar hier terug samen zitten om te bespreken hoe die technologie de hernieuwbare energie heel ver kan pushen. We zijn nog maar 10-15 jaar echt in hernieuwbare aan het investeren en je ziet al hoe windenergie enorm veel kan, hoe zonnecellen beginnen te presteren. We zijner nog niet helemaal, maar het gaat vooruit. Als we die omslag niet maken, dan blijven we in het oude verhaal van ‘hernieuwbare zijn niet betaalbaar’, terwijl het juist de oude technologieën zijn die niet betaalbaar zijn. Als we echt alle kosten meerekenen van kernenergie, bijvoorbeeld, zijnde het afval en de kost van rampen, dan is kernenergie niet betaalbaar. “

RC: Maar hoe los je dat dilemma op? De investeerder  ziet nu alleen de directe kost en niet die verborgen kost. Er is nu in Europa een CO2 kost, maar die is laag. In de praktijk gebeurt het dus niet.
AV:
“ In de samenleving heb je machtsgroepen. Momenteel zijn dat vooral zij die het oud model hebben gebouwd en er hun macht uithalen. Zij gaan niet zonder slag of stoot plaats ruimen, dat gaat altijd gepaard met duwen en trekken. Ook in Duistland… In Duitsland gebeurt nu die omslag omdat er een kern van financiële- en industriële belangen ontstaan is die alternatieve oplossingen ziet zitten en die daar macht en rijkdom uit willen puren. Er is dus een tegenmacht tegen de oude macht.”

RC: We spraken een paar weken na de ramp in Foekoeshima iemand van een (zeer) Vlaamse partij . Volgens hem was de sluiting van de oude Duitse kerncentrales een emotionele en politieke beslissing. En het is toch effectief ook een politieke beslissing: Merkel staat wegens omstandigheden onder druk en beslist dan snel die uitstap. Bovendien wordt nu verwacht dat de Duitse CO2 uitstoot verder zal stijgen tengevolge van de sluiting van de kerncentrales.
AV:
“Duitsland heeft een keuze gemaakt voor efficiëntie en hernieuwbare energie. Die keuze was eigenlijk al eerder gemaakt maar was teruggedraaid door de Merkel-club. En de Merkel-club heeft dan opnieuw de omzwaai gemaakt naar de oorspronkelijke oplossing (de kernuitstap, nvdr). Je kunt dus ook het terugdraaien van de kernuitstap emotioneel noemen, of genomen onder druk. Ik denk dat ze een keuze gemaakt heeft die misschien wel politiek ingegeven is, maar vooral omdat ze in haar achterban belangen heeft die zeggen ‘we zien de toekomst niet in kernenergie.”

RC: We lazen inderdaad kort voor de definitieve beslissing van Duitsland tot uitstap uit kernenergie dat Siemens volledig uit kernenergie stapte. Het was opvallend dat Siemens die stap zet, en dat die stap dan een week later gevolgd wordt door de regering.
AC:
“Siemens was al langer op de twee paarden aan het wedden en een twijfelende partner in kernenergie. Siemens speelde al tientallen jaren tweede viool op dat gebied. Ze hadden een alliantie met Areva (de Franse nucleaire groep, nvdr), maar daar zijn ze uitgestapt. Dan gingen ze een alliantie aangaan met de Russen, maar na Foekoeshima beseft Siemens ook dat dit veel te risicovol is: Eén groot accident en ze zijn hun investeringen kwijt.”

RC: We hadden het over Duistland, maar de Duitsers halen een groot deel van hun elektriciteit uit bruinkool. En dan hebben we de Amerikanen die de helft van hun stroom uit kolen halen, en de Chinezen die grote kolenvoorraden hebben. Dichter bij huis produceren de Polen 90% van hun stroom uit kolen. Het zal toch moeilijk zijn om die landen, in naam van het welzijn van de rest van de wereld, ervan te overtuigen hun energieveiligheid op te geven en te weerstaan aan de kolenlobbies en de druk van de tewerkstelling die ze vertegenwoordigen.
AV:
“Na 40 jaar in het bad met die lobbies heb ik wel wat ervaring daarmee. Je kunt die landen niet overtuigen, je kunt die belangengroepen ook niet overtuigen. Je kunt ze verder ook niet verleiden, want daar zijn ze veel te slim voor. Je kunt ze bovendien niet verslaan en je kunt ze niet vernietigen, want daarvoor zijn ze veel te sterk.”

“Je kunt ze alleen irrelevant maken, zorgen dat ze geen betekenis hebben. Als je de energie-efficientierevolutie kunt doorvoeren, wat een politiek beleid vereist, dan kan de vraag naar elektriciteit in absolute termen dalen. Als die alternatieve energievormen belangrijker worden, dan worden ze (de nucleaire en fossiele belangengroepen, nvdr) irrelevant. Dat kan binnen 10 a 15 jaar want de technologie is er.”

RC: Kan het echt wel zo rap gaan? Als je bijvoorbeeld naar Polen kijkt, waar kolen goedkoop kunnen worden ontgonnen, en kijkt welke tewerkstelling dat die ontginning vertegenwoordigt, dan kan je toch verwachten dat het nog zeer lang zal duren voordat ze die gaan sluiten om in plaats daarvan windmolens neer te zetten? Die investering in windmolens moet dan ook nog moeten gepaard gaan met een zware investering in het elektriciteitsnetwerk van het land om de variabiliteit van de wind op te vangen. 15 -20 jaar lijkt me dus heel optimistisch. Zal de omschakeling niet nog 50 jaar op zich laten wachten, en gerealiseerd worden als het al te laat is?
AV:
“Daarom is het zo belangrijk dat we de bouw van steenkoolcentrales niet laten doorgaan.”

RC: Maar dat probleem gaat men dan oplossen door de CO2 van de kolencentrales in de grond te stoppen (Carbon Capture and Storage, CCS). Wat vindt u daarvan?
AV:
“ Het IPCC heeft daarover in 2006 een rapport gepubliceerd. Alle kosten en moeilijkheden van CCS zijn daarbij in kaart gebracht.”

RC: We hebben dat rapport zien passeren ( kopie HIER, 23Megabyte!) en dachten dat het IPCC eerder positief was over CCS. Dat het bijvoorbeeld concludeerde dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de in de grond opgeslagen CO2 ooit zou beginnen lekken, toch één van de belangrijke kritieken van de groene beweging op CCS.
AV: “Lekkage is inderdaad onwaarschijnlijk, op voorwaarde dat de juiste mijnen gebruikt worden. Oude olie- en gasvelden waaruit het gas weggepompt is zijn goede plekken om die CO2 in te pompen. Een deel van de oplossing kan zitten in CCS, ik heb daar niets tegen. “
“ Het punt is echter dat de chemische fabriek die moet gebouwd worden naast de elektrische kolencentrale enorm duur is en dat het rendement van de centrale zelf serieus achteruit gaat. Als je een kolencentrale met CO2 opslag opereert zal je dus een grote hoeveelheid kolen extra verstoken om dezelfde hoeveelheid stroom te produceren dan wanneer je de CO2 gewoon in de lucht steekt. De prijs van een kiloWattuur (kWu) geproduceerde stroom gaat dan waarschijnlijk verdubbelen. Als de kost nu 8centiem per kWu is, dan zou dat 16centiem per kWu of meer kunnen worden. Ondertussen wordt er windenergie geproduceerd aan 5 centiem kWu, dus wat kies je dan? Dan kies je voor de goedkoopste oplossing, de alternatieve. Ook in Polen zal men dan kiezen voor de goedkoopste oplossing.”

RC: Maar dat is niet wat nu gebeurt in Europa. Zowel de staten als de Europese overheid pompen veel belastingsgeld in koolstofopslag. Holland bijvoorbeeld, heeft grote ambities wat betreft CCS. Europa zelf heeft 300 miljoen CO2 uitstootrechten aan de kanten gezet voor CCS ( zie HIER) . Die zijn dan, aan 15€ per ton, bijna 5 miljard € waard.
AV:
“Op voorwaarde dat de prijs van die emissierechten niet weer naar nul zakt….”
“Maar het is een interessante opmerking. Ook het Internationaal Energieagentschap (IEA) geeft prognoses over energie en oplossingen voor de toekomst. Het IEA verkondigt doorgaans het ‘Business as Usual’-verhaal. In het IEA zitten alle energiemaatschappijen vervlochten via de nationale overheden.”

RC: Maar terzelfdertijd pleit het IEA toch sterk voor een scherpe daling van de CO2 uitstoot.
AV: “Dat klopt, en dat moet ook want ze beseffen welke gevaren achter de horizon schuilen. Maar zelf het IEA stelt dat 75% van de emissiereducties moet gerealiseerd worden energie-efficiënte en hernieuwbare energie. Slechts 25% van de emissiereductie moet volgens het EIA komen van koolstofopslag en kernenergie.”

“Maar als men dan kijkt naar waar de onderzoeks- en andere steun naartoe gaan, dan blijkt dat juist het nucleaire en koolstofopslag te zijn, de oplossingen die het meest dubieus zijn. Die krijgen de meeste onderzoeksmiddelen, de meeste aandacht, de grootste push en de meeste steun. Hernieuwbare energie, en energie efficiëntie nog meer moeten hun plan maar trekken. Nochtans is energie efficiëntie de helft van de oplossing.”

=========================================================

Deel 2
RC: U stelde dat de meeste steun naar CCS en kernenergie gaat, maar we krijgen de indruk dat in België wel veel steun gaat naar hernieuwbare. We spreken dan bijvoorbeeld over de subsidies voor dakisolatie, om nog maar te zwijgen over de zonnepanelen.
AV:
“Ik wil er toch even aan herinneren dat vorige week het nucleair onderzoeksprogramma MYRRHA is goedgekeurd dat met de hoofdbrok van het federaal onderzoeksgeld in energie gaat lopen. Dat is een project van onderzoek naar vierde generatie kernreactoren. Die steun gaat vooral naar het SCK, en dus veel minder naar de andere oplossingen. In totaal wordt nu al 960 miljoen euro gebudgetteerd over een periode van 4 tot 5 jaar, maar je mag er zeker van zijn dat de eindrekening twee- of drie keer hoger zal zijn als er ooit iets moet uitkomen. Er werd gehoopt dat buitenlandse investeerders de rekening mee zouden betalen, maar die hebben van langs om minder belangstelling. Dat wordt dus een Belgisch verhaal met heel veel onderzoeksmiddelen uit de schatkist.”

RC: we zullen dus 100 tot 200 miljoen per jaar voor die zaak moeten betalen?
AV: “Aan het nucleair dood spoor verhaal, alweer…”

RC: Het gaat over veel geld. Wie beslist daar dan over? We hebben daar niet veel over gehoord in de media.
AV: “Dat is beslist door premier Leterme en omgeving. De ontslagnemende regering dus.“

RC: Dat is een hoop geld, maar naar die zonnepanelen gaat ook een hoop geld en we zien daarbij een contradictie: volgens het SRREN rapport van het IPCC over hernieuwbare energie is het jaarlijks technisch haalbaar potentieel aan zonne-energie alleen tegen 2050 10.000 exajoule, terwijl het jaarlijks globaal wereldverbruik momenteel ‘slechts’ 500 exajoule is. Er is dus een enorm aanbod aan zonne-energie. Maar terzelfdertijd zien we dat het onbetaalbaar is. We zitten nu met een fractie van een percent aan zonne-energie en het kost ons al een paar honderd miljoen per jaar.
AV:
“Inderdaad. Dat komt doordat ons beleid op gebied van steun aan groene stroom zeer slecht ineen zit. Ik zeg dat niet alleen nu, na de feiten. Ik zei dit al in 2002, in 2004, in 2008. We toonden aan dat tweederde van het geld dat we aan groene stroom geven weggegooid is. Hadden we dat geld goed besteed, da hadden we nu drie keer zoveel groene stroom.“

RC: Wat moet er dan gebeuren? Zonne-energie heeft het grootste technisch potentieel, dus zou je verwachten dat je erin moet investeren. Maar zo simpel is het dus blijkbaar niet?
AV:
“Wat we gedaan hebben in Vlaanderen is het over-subsidiëren van zonne-energie op een gekke manier waarvan vooral midden- en hogere klasse rijker werden. Ik heb voorgesteld om op een verstandige manier het Duits systeem te kopiëren. Dat wil zeggen dat men de technologische evolutie en de ontwikkeling om tot die evolutie te komen steunt. Duitsland heeft ongeveer 20 technologieën geselecteerd, en iedere technologie krijgt juist genoeg steun om zich te ontwikkelen. Windmolens op land en windmolens op zee, bijvoorbeeld, zitten in aparte categorieën. Dat hadden we ook met de zonnecellen moeten doen: ze juist genoeg steun geven om een binnenlandse technologische push te geven; om hier fabrieken voor zonnecellen te ontwikkelen. We hadden IMEC als kenniscentrum en stonden voorop op dat gebied. We hadden ook Windmaster in Vlaanderen, de beste windmolenproducent in de jaren ’80. We hebben er niets mee gedaan en die laten doodgaan, in plaats van op die manier die sector te ontwikkelen.”

“Maar het meeste van de steun die we weggooien gaat bovendien naar Electrabel. Niet naar de mensen met die dingetjes op hun dak, maar naar co-incineratie waarbij hout dat ingevoerd wordt uit Canada verbrand wordt.”

RC: Daar wil ik straks op ingaan, maar eerst even terug naar het Duits systeem. We meenden begrepen te hebben dat Duitsland zonne-energie ook steunde a rato van 400€ per megaWattuur.
AV:
“Inderdaad, ze hebben ook te traag, maar toch sneller (dan de Vlaamse overheid, nvdr) gereageerd op de dalende kost van zonnecellen. Die dalende trend is goed weergegeven op pagina 12 van het SRREN rapport (link, zie hoger, nvdr). Daar staat de curve die de daling van de kostprijs van een kiloWattuur elektriciteit uit zonnecellen toont in functie van de tijd. Men dacht dat die kostprijs langzaam verder zou dalen, maar in 2007-2008 was er een plotse daling. Ondertussen bleef Vlaanderen steunen op hetzelfde (te hoog) niveau. Dat geld is dus gebruikt om zonnecellen in te voeren uit China.”

RC: Maar de Duisters hadden een zonnecellenindustrie en we lazen dat die nu in de problemen zit door de goedkope Chinese concurrentie. Ze hadden dan misschien wel een goed beleid, maar waren er uiteindelijk toch aan voor de moeite.
AV:
“De Duitsers exporteren nog altijd fabrieken voor de productie van zonnecellen. Ze maken nu zelf minder zonnecellen in Duistland, maar exporteren de technologie, de fabrieken en de patenten. In 2009 had Duitsland 6,5 miljard euro inkomsten uit export van zonnecellen en zonnecellentechnologie. Dat is enorm veel. Siemens heeft dat nooit gehaald met zijn nucleaire afdeling.”

RC: En wat dan met het probleem van de technologie zelf, die teveel afhankelijk zou zijn van schaarse materialen zoals de zeldzame aarden, die dan nog uit China moeten komen ook? We lazen dat als we echt veel energie uit zonnecellen wilden halen, dat de hoeveelheid selenium, of een ander metaal, niet in voldoende mate beschikbaar is.
AV: “Ik denk niet dat er zich echt een probleem stelt. Vorige week kwam bijvoorbeeld toch in het nieuws dat de Japanners miljarden tonnen van die zeldzame materialen op de zeebodem gevonden hebben.“

RC: Maar dan zijn we hernieuwbare energie aan het produceren op een manier die ons afhankelijk maakt van niet-hernieuwbare grondstoffen.
AV:
“Dat is altijd het geval. Als je hoogtechnologische materialen gebruikt heb je misschien zeldzame materialen nodig. Maar je hebt, voor foto-voltaische cellen, ook andere technologische mogelijkheden van opwekking die dan die materialen misschien niet nodig hebben. Men spreekt tegenwoordig bijvoorbeeld zelfs van bio-fotovoltaische cellen. Ik denk dat dit soort problemen zich oplost als de noodzaak om die problemen aan te pakken zich voordoet.”

RC: In de laatste editie van MO-magazine was sprake van 40 grondstoffen die voor Europa strategisch zijn. Eén daarvan wordt gebruikt in bepaalde types windturbines. Maar het is inderdaad zo dat er in dit geval een alternatief zou zijn voor het gebruik van dat specifiek metaal in de turbines.

Over naar het punt over Electrabel dat U eerder aanraakte: U schreef een artikel getiteld ‘Groen Vlaams beleid voor Vlaamse Groene Stroom’. U stelde daar dat ‘ Het Vlaams systeem superwinsten laat innen door meest dubieuze groene stroom producenten’.
AV: “ Inderdaad. Men heeft een bepaald quotum opgelegd van groene stroom productie dat moest gehaald worden. Men zat aan 0.5% groene stroom en moest op relatief korte termijn naar 6% gaan in 2010. Daarom heeft men de biofractie van alle afvalverbrandingsinstallatie meegerekend, en ook die eerder vermelde co-incineratie van soms zeer dubieuze bioenergie toegelaten als zijnde groene stroom. Een groot stuk van die groene stroom is daar dus van afkomstig. Bij co-incinerate stookt men biomassa (bijvb. Canadees hout) bij in een oude kolencentrale met een energetisch rendement van de elektriciteitsproductie van soms maar 26-28%. De modernste gascentrales halen bijna 60%.”

“Dat is dus eigenlijk een ecologische ramp. De emissie tengevolge van het transport van het hout wordt ook niet meegerekend. Daar krijgen de elektriciteitsproducenten dan veel geld voor want ze krijgen er groene stroom certificaten voor. Voor 1 megaWattuur (MWu) stroom uit verstookte biomassa wordt 1 certificaat afgeleverd, net zoals voor megaWattuur stroom uit wind. De prijs van die certificaten op de markt is ongeveer 110€. Een afvalverbrandingsinstallatie, die in principe al rendabel is zonder steun, krijgt per megaWattuur stroom dus nog een cadeau van 110€. Dat trekt natuurlijk afvalverbranders aan. Iedereen wil nu afval gaan verbranden met elektriciteitsproductie.”

RC: Hoe zou het dan wel moeten? Zou het een meer faire oplossing zijn om de biomassaverbranders bijvoorbeeld maar een half certificaat te geven per MWu?
AV:
“In Duistland geeft men gewoon géén steun aan de biomassa verbrandingsinstallaties die groter zijn dan 20 megaWatt. Ze tellen ze wel mee om de totale hoeveelheid geproduceerde groene stroom te berekenen; omdat Europa dat toelaat. Afvalverbranding zou ik dus geen steun geven. We hebben een afvalstoffenbeleid dat zegt dat je je afval op een goede manier moet verwerken. Eén element daarvan is er energie eruit te recupereren, en dan is het niet nodig om daarnaast nog eens steun te gaan geven.”

RC: U zou ze dus geen groene stroom certificaten geven. En zou u ze ook niet meetellen als groene stroom, om aan de 6% te komen? Als je dat niet zou doen, dan zou de prijs van de groene stroom certificaten waarschijnlijk naar boven schieten omdat de vraag naar certificaten (die bepaald wordt door de norm van 6%) tegenover een veel lager aanbod zou staan.
AV:
“ Je kan ze laten meetellen om aan de 6% te geraken, want dat is in orde volgens de Europese regels. Maar hoe komen die normen tot stand? Die zijn voor een stuk willekeurig, verder is het 13% cijfer (de norm die we tegen 2020 moeten halen, nvdr), het niveau dat Guy Verhofstadt destijds heeft toegegeven aan EU commissie voorzitter Barosso om in ruil emissierechten te kunnen geven aan Arcelor-Mittal, zodanig dat Arecelor-Mittal dan de hoogoven in Luik zou heropenen. Dat heeft het bedrijf dan toch niet gedaan en dan heeft Arcelor-Mittal miljoenen Euros gekregen uit de verkoop van de emissierechten die ze gratis gekregen hadden om hun eenheid te laten draaien.”

RC: Wat betreft de Vlaamse groene-stroom politiek. Geeft u in  hetzelfde stuk aan dat de bevoegdheden verdeeld zijn tussen het Vlaams- en het Federaal niveau, en dat dit tot het huidig beleid heeft geleid.
AV:
“In de zoveelste staatshervorming van 1980 zijn de bevoegdheden tussen de gewesten en federale overheid verdeeld. De gewesten kregen de verantwoordelijkheid over energie-efficiënte, decentrale energie en hernieuwbare energie. Maar het prijsbeleid bleef federaal. Dus de prijzen zijn federale bevoegdheid.”

RC: Maar zijn die prijzen niet vrij?
AV:
“Dat is dan de zogezegde liberalisering die daarna zou moeten gebeurd zijn. Maar iets doen aan de elektriciteitsprijs is nu nog altijd de bevoegdheid van de federale regulator CREG. Ook al zijn de distributiemaatschappijen (EANDIS en INFRAX) Vlaams, toch moeten zij via de CREG passeren als ze hun prijzen willen aanpassen. Die heterogene verdeling is natuurlijk onzinnig: je wordt bevoegd gemaakt voor het probleem, maar niet voor de hefbomen om het probleem aan te pakken.”

RC: U stelt dat het systeem van groene stroom certificaten een gevolg is van die structuur en u verwijst naar Robert (aka “Steve”) Stevaert en Olivier Deleuze.
AV:
“ Inderdaad, dat was de tijd van profilering, en Stevaert wilde niet gaan praten met Deleuze om tot een goede oplossing te komen.”

RC: En wat zou een goede oplossing geweest zijn?
AV:
“Wel, het Duits systeem.”

RC: En waarom kan dit dan nu niet?
AV:
“Als ze met elkaar praten, dan kan het eigenlijk wel, want de steun die men nu geeft aan de zonnepanelen is qua principe gelijkaardig met het Duits systeem. Het niveau lag te hoog, maar het systeem was gelijkaardig. Men zou dus een systeem kunnen opzetten, zoals in Duitsland, waarbij de verschillende technologieën en de subsidiering per technologie regelmatig bekeken worden. Maar als men het wil verrekenen via de elektriciteitsprijzen zoals men nu doet, dan komt men wel aan de prijsvorming van de elektriciteit, want het gaat in hier niet om subsidies door de staat maar door de andere gebruikers. En daar loopt het institutioneel verkeerd in België.”

RC: nog iets te melden als afsluiting?
AV:
“ Ik heb ongeveer gezegd wat er te zeggen valt. Het IPCC rapport toont vooral dat we moeten keuzes maken, en dat we vrij snel duidelijke keuzes moet maken.”

RC: België heeft dus een keuze gemaakt en investeert een miljard in 4e generatie kerncentrales. Wat gaat u nu doen?
AV:
“Het is een verkeerde keuze, maar soit. Maar wat wil je? Dat ik verhuis misschien?”
RC: Dat zou zonde zijn , u hebt relatief recent een passief huis gebouwd.

0 Comments on “Prof.Aviel Verbruggen (UA / IPCC) over hernieuwbare energie en energiebeleid”

Leave a Comment